Shabab van Nu!

Conferentie Shabab van Nu!

PhD-student Spark van Beurden en prof. dr. Mariëtte de Haan van Universiteit Utrecht hebben de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de effecten van onze oudertraining Shabab van Nu!. Recentelijk werd een van hun artikelen gepubliceerd in het internationale wetenschappelijke tijdschrift Child  & Family Social Work. Dit onderzoeksartikel richt zich op de leerprocessen die plaatsvinden in de oudertraining en de sociale netwerken van deelnemende ouders.

Volgens de onderzoekers laat onderzoek zien dat top-down ontworpen opvoedprogramma’s niet altijd aansluiten bij de behoeften van migrantenouders. Bottom-up programma’s van migrantenorganisaties, zoals Shabab van Nu! van stichting Attanmia, proberen dit gat te dichten. Onderzoek naar deze programma’s en geschikte evaluatiemethodologieën zijn echter schaars. Traditioneel evaluatieonderzoek richt zich vaak op specifieke opgedane vaardigheden van trainingsdeelnemers. De onderzoekers presenteren in dit artikel een alternatief perspectief op het evalueren van opvoedprogramma’s, waarbij voortgebouwd wordt op het concept ‘communities of practice’; leergemeenschappen die worden gecreëerd door het contact tussen mensen met dezelfde interesse, zoals opvoeden, en de behoefte zich daarin te ontwikkelen. Leren is in dat opzicht geen geïnstitutionaliseerd en curriculum-georiënteerde activiteit, die losstaat van alledaagse sociale activiteiten; leren vindt juist plaats in de sociale interactie tussen mensen.

“Leren vindt plaats in de sociale interactie tussen mensen.”

Honderdvijftien Marokkaans-Nederlandse moeders en vaders van vijftien oudergroepen zijn geïnterviewd voorafgaand en na afloop van de training. Met een deel van deze ouders zijn ook diepte-interviews afgenomen. De resultaten laten onder andere zien dat de oudertraining Shabab van Nu! een sociale leeromgeving vormt, waar ouders collectief van elkaar leren en elkaar als hulpbron zien in het vormgeven van hun opvoeding.

“[…] de visie op opvoeders verschuift van ‘het nodig hebben van bepaalde vaardigheden en kennis’ naar ‘het zijn van hulpbronnen om van elkaar te leren’.

Niet alleen binnen de trainingsgroepen vinden sociale leerprocessen plaats, ook in de sociale netwerken van de deelnemende ouders vinden leerinteracties plaats over opvoeden. Ouders delen hun opgedane kennis, vaardigheden en persoonlijke reflectie op hun opvoeding met hun familieleden, vrienden en kennissen. De onderzoekers verbinden deze bevindingen met het concept ‘learning citizenship’ / ‘lerend burgerschap’; een perspectief op collectief leren, waarbij gekeken wordt naar hoe mensen verantwoordelijkheid ontwikkelen om deel te nemen aan leerrelaties. Dit concept wordt nog niet vaak meegenomen in evaluatieonderzoeken, maar biedt mogelijkheden voor toekomstig evaluatieonderzoek.

Professionals worden in deze vernieuwde zienswijze uitgenodigd om opvoeders te zien als potentiële leergemeenschappen. Ze worden uitgedaagd om een faciliterende rol aan te nemen om opvoeders te ondersteunen in het ontwikkelen van een sociale leerhouding en ‘lerend burgerschap’ te stimuleren.